Europese aanbevelingen ter verbetering van bestaande liften:

 

 

Aanbevelingen van de Europese Commissie

Periodieke keuringen worden verricht op basis van de oorspronkelijke fabricagevoorschriften van de betreffende lift. Onder de 70.000 liften in Nederland is een groot percentage oude liften. Zo'n oude lift, die nog steeds aan de oorspronkelijke eisen voldoet en dus ook een certificaat krijgt, kan toch een grote schadeclaim opleveren. De lifttechniek heeft zich immers in de afgelopen jaren steeds verder  ontwikkeld. De veiligheidsvoorschriften zijn regelmatig aangepast en gebruikers stappen met een ander verwachtingspatroon de lift in en uit. Ouderen en invaliden zijn mobieler geworden en gebruiken vaker zelfstandig de lift, waardoor stopverschillen tot valpartijen kunnen leiden. Deze stopverschillen doen zich bij oude liften voor doordat de gebruikte technieken indertijd eenvoudiger waren en de belasting in de kooi van rit tot rit kan verschillen. Lifteigenaren dragen echter te allen tijde de verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid voor de installaties die zij ter beschikking stellen en dat gaat verder dan alleen periodiek onderhoud en keuring. Daarom heeft de Europese Commissie aanbevelingen opgesteld om bestaande liftinstallaties binnen Europa op een aantal punten veiliger te maken en te moderniseren. Zo is het inmiddels verplicht, dat er in een nieuwe lift een communicatiesysteem aanwezig is.

 

Hieronder een opsomming van de 10 Europese aanbevelingen ter verbetering van bestaande liften.

10 aanbevelingen van de Europese Commissie betreffende een betere beveiliging van bestaande liften (95/216/EG)

door: ing. J. H. van Lindenberg (liftinstituut Amsterdam)

De Europese Commissie heeft niet alleen Richtlijnen uitgevaardigd, zoals de Richtlijn machines, de Richtlijn liften, de Richtlijn EMC en de Laagspannings Richtlijn, maar óók een "Aanbeveling" voor liften. Ik doel hiermee op de 10 aanbevelingen voor bestaande liften!

Deze 10 aanbevelingen luiden in het kort als volgt:

1.     De liftkooien van een toegangsafsluiting en een standaanwijzing voorzien; (dit kan d. m. v. deuren, maar bij een kooi met klein vloeroppervlak ook d. m. v. een lichtscherm in de kooitoegang)

2.     De draagkabels controleren; (is in Nederland reeds de dagelijkse praktijk tijdens de periodieke keuringen)

3.     Het inrijden op de verdieping gelijkmatig laten verlopen en de stopverschillen minimaliseren; (kan bv. door het aanbrengen van een regeling op de besturing)

4.     Bedieningsknoppen in de kooi en op de verdieping bruikbaar maken voor gehandicapten; (de bedieningsknoppen bereikbaar maken vanuit een rolstoel en van een braille opschrift voor visueel gehandicapten voorzien)

5.     Detectoren aanbrengen op automatische deuren; (om ongewenst contact met de deuren te voorkomen worden sensoren bedoeld als klembeveiliging)

6.     Een vang aanbrengen als de snelheid van de kooi groter is dan 0,6 m/s; (in Nederland waren bij tractieliften vangen reeds verplicht, alleen onder speciale voorwaarden was een vangloze lift toegestaan)

7.     Het alarmsysteem uitvoeren in een permanente verbinding; (Een geluidssignaal naar een permanent bemande ruimte of een spreekluisterverbinding)

8.     Remvoeringen met asbest vervangen;

9.     Een inrichting aanbrengen tegen ongecontroleerde opwaartse bewegingen van de kooi; (deze bewegingen kunnen ontstaan door het wegvallen van de aandrijving bij openstaande rem; het breken van de tractie as; het doorslippen van de kabels over een versleten tractie schijf)

10. De kooi van een noodverlichting voorzien; (deze noodverlichting moet voldoende zijn om de alarmknop te kunnen vinden en de spreekluisterverbinding te kunnen bedienen en tenminste één uur kunnen branden)

 

 

In gesprekken met allerlei belanghebbenden en belangstellenden is gebleken dat de termen Richtlijnen, Aanbevelingen en normen door elkaar worden gebruikt, waardoor een enorme spraakverwarring kan ontstaan.

Een korte toelichting!

1.     Europese Richtlijnen zijn wettelijke instrumenten van de Europese Commissie voor gemeenschapsbeleid. Richtlijnen zijn bindend, maar laten de nationale overheden de vrijheid bij de wijze van uitvoering. De Richtlijnen worden door de landelijke overheden over het algemeen in de nationale wetgeving geïmplementeerd. In Nederland meestal door middel van een Besluit. Zo is de nieuwe Richtlijn liften in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd via het Besluit liften.

2.     Europese Aanbevelingen zijn niet-bindende adviezen van de Europese Commissie.

3.     Normen zijn door deskundigen opgestelde voorwaarden die volgens de stand der techniek een maatschappelijk gedragen veiligheidsnivo aangeven, waarmee aan wetgeving kan worden voldaan. Indien het Europese, geharmoniseerde normen betreft, wordt bij toepassing daarvan een vermoeden van overeenstemming met relevante Richtlijnen verondersteld.

"Aanbevelingen" lijken dus op aardige, vrijblijvende aanwijzingen om zere plekken in de Europese samenleving op te sporen, de Lidstaten hierop te wijzen en het dan verder over te laten aan de Lidstaten, maar let op!

De effecten van "Aanbeveling 95/216/EG" (de 10-aanbevelingen) zullen met name een rol kunnen gaan spelen bij de vaststelling van de aansprakelijkheid in geval van een ongeval en schade.

Het Europese Hof van Justitie heeft herhaaldelijk beslist dat "Aanbevelingen" geen bindende regels creëren, maar de nationale rechter dient daarmee wél rekening te houden bij de interpretatie en toepassing van het "Gemeenschapsrecht" en de uitleg van nationale wetgeving.

Het Nederlandse recht kent voor gebouwen de zgn. "risico-aansprakelijkheid". D.w.z. dat eigenaren van gebouwen aansprakelijk zijn voor de schade die door een gebrek van een gebouw wordt veroorzaakt. Onder "gebouw" vallen ook "bestanddelen" van een gebouw zoals liften.
Er is sprake van een gebrek indien het gebouw en/of de bestanddelen niet voldoen aan de eisen die men daaraan heden ten dagen mag stellen. Hierbij is enige nadere uitleg nodig.

Gebouwen, en de erin opgenomen installaties moeten in ieder geval voldoen aan de Nederlandse Wetten en Besluiten (b.v. Wet op gevaarlijke werktuigen en Bouwbesluit.)
Tevens moet er sprake zijn van, zoals dat in juridische termen heet, "goed huisvaderschap". Dat wil zeggen dat de eigenaar ervoor moet zorgen dat gebouw en installaties in overeenstemming zijn met het algemeen maatschappelijk aanvaard veiligheidsniveau. Dit niveau kan op een bepaald moment afwijken van het wettelijk niveau. Als bijvoorbeeld 80 % van de Nederlandse gebouwbeheerders de 10 aanbevelingen heeft gerealiseerd dan kun je zeggen dat dit een maatschappelijk aanvaard veiligheidsniveau is. Realiseer je dit niveau dan niet dan is er geen sprake van "goed huisvaderschap" en is de kans groot dat bij een aansprakelijkheidsstelling de rechter de eiser in het gelijk zal stellen.

De "10 Aanbevelingen" gaan dus een rol spelen bij aansprakelijkheidsstelling in geval van schade door een liftongeval als de "10 aanbevelingen" maatschappelijk aanvaard en in veel gevallen gerealiseerd zijn. Dit is op dit moment slechts beperkt het geval. Echter, door de aandacht die marktpartijen hiervoor vragen worden met name bij renovaties steeds vaker een aantal van de "10 aanbevelingen" gerealiseerd. Er kan dus een moment komen dat het niet realiseren van de aanbevelingen nadelig gaat uitwerken. Verder is het nu al zo dat het realiseren van de aanbevelingen extra zekerheid zal bieden in het kader van aansprakelijkheid.

Het is dus verstandig dat u als eigenaar van een liftinstallatie zelf nagaat of na laat gaan of één of meer van die "10 aanbevelingen" voor u van toepassing zouden kunnen zijn en of het in uw geval wenselijk is (een aantal van) de aanbevelingen te realiseren.

Tijdens de risico-inventarisatie wordt nagegaan in hoeverre er gevaarlijke situaties zijn die een risico opleveren en waarvoor het opvolgen van één of meer van de 10 aanbevelingen nodig is om dit risico voldoende te reduceren of weg te nemen. Hierin wordt ook betrokken het plaatselijk gebruik van de lift. Bijvoorbeeld door wat (karren / wagens) en door wie (kinderen en / of gehandicapten) worden de liften gebruikt. Ook wordt vastgesteld wat er kan gebeuren tijdens het gebruik of tijdens een storing van de lift.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

BvL Liftservice, BvL Service, BvL Lifttechniek, BvL Webdesign, BvL Beheer, Liftservice.nl, Programmeertool.nl,

zijn geregistreerde handelsnamen van BvL Liftservice.

 

www.BvLliftservice.nl  www.BvLService.nl  www.BvLlifttechniek.nl  www.BvLwebdesign.nl  www.BvLbeheer.nl

www.BvLBV.nl  www.liftservice.nl  www.programmeertool.nl  www.liftcontrol.nl

zijn geregistreerde domeinnamen door BvL Liftservice.